De állerleukste online Cursus Portretschilderen van Nederland! Al meer dan 10.000 enthousiaste cursisten! ***NIEUW: INSTAPMODULE PORTRETSCHILDEREN!***

Black Friday: 28, 29 en 30 november 2025 alle grote cursussen 35% korting!

Nooit meer gebrek aan inspiratie!

Delen

Je kent dat vast wel: Je schildert bij een schilderclub. En bij die schilderclub moet je telkens weer iets verzinnen om te schilderen. Je bladert dus door tijdschriften. De Landelijk Wonen, de Ariadne, de Libelle, de Margriet of een kunsttijdschrift, je kent ze allemaal wel. Op zoek naar iets waar je een beetje schilderzin van krijgt. En in het begin gaat dat nog wel, dan zie je nog wel leuke plaatjes. Maar na het zoveelste stilleven of landschapje, bloempotje of strandtafereeltje raakt de zin er gewoon steeds meer vanaf. Wat moet je nú weer schilderen? Pfff… eigenlijk krijg je er steeds minder lol in. En echte vooruitgang boek je ook al niet, je schildert al jaren dezelfde dingen op bijna dezelfde manier. Je gaat je afvragen of je er wel mee door moet gaan. Eigenlijk best gek, want toen je net begon met schilderen had je er nog wel zo veel zin in.

Of je schildert niet bij een schilderclub, maar je schildert gewoon voor jezelf, thuis. Je hebt er de hele week al naar toegewerkt. Je bent die dag vrij, de was is weggewerkt, de administratie gedaan, geen afspraken gemaakt met vriendinnen en geen oppas(klein)kinderen aanwezig. Je bent er gewoon helemaal klaar voor. Je pakt je spullen bij elkaar, schilderkleren aan, ezel geïnstalleerd, doekje erop, muziekje op de achtergrond en… aan de slag! Wat gaan we schilderen? Uhh…. tsja…. Eerst maar even in een tijdschrift kijken dan. En voordat je het weet zit je de wekelijkse column te lezen, raak je verzeild in een verhaal over de jurken van Maxima en ben je de kruiswoordpuzzel aan het oplossen.

Zo herkenbaar en tegelijkertijd ook zo begrijpelijk. Heel veel amateurkunstenaars die ooit vol goede moed begonnen, worstelen hiermee. Eigenlijk mis je gewoon iets. En ik weet wel wat je mist. Je mist uitdaging en, daar is het grote woord: je mist INSPIRATIE! En die twee zijn enorm nauw met elkaar verbonden.

Denk nu niet dat ik daar nooit last van heb gehad. Natuurlijk wel, daarom herken ik het ook zo goed. Maar ik schilder al heel wat jaartjes en moet er bovendien mijn brood mee verdienen. Dat maakt je inventief in het zoeken naar oplossingen. En omdat ik jou ook graag een heerlijk uitdagend, inspirerend en zingevend schilderleven gun (want wat is er mooier dan dat?), deel ik een aantal van deze oplossingen heel graag met jou. Let op, daar komen mijn tips voor uitdaging en inspiratie:

1. Ga portretten schilderen!

Dat is gelijk ook de beste tip die ik je kan geven. Want: portretten zijn een uitdaging! Je hebt niet alleen te maken met uiterlijke kenmerken, maar ook met het karakter van je onderwerp en hun uitstraling. En daarbij moet het ook nog eens een mooi schilderij worden. Ik geef het je te doen. Dat is zeker niet simpel, maar wel degelijk goed te leren. Dat noem ik nog eens een uitdaging!

2. Ga op zoek naar mensen van wie jij een portret zou willen schilderen.

Ik weet zeker dat er alleen al in jouw directe omgeving heel veel mensen zijn waar je graag een mooi portret van zou willen schilderen. Je kinderen, je kleinkinderen, je man of vrouw, je vader, je moeder, je oma, een oom met een mooie kop of een hele lieve tante. Leuke neefjes of nichtjes. Misschien de buurkinderen. Of anders je hond of je kat, wat dacht je daarvan? Maar ook van mensen die je niet persoonlijk kent, bijvoorbeeld van een prachtige acteur of actrice, van een popster, je kunt het zo gek niet verzinnen. Als je goed kijkt, is eigenlijk bijna iedereen mooi om te schilderen! En iedereen weer zo heel erg anders! Je schilderonderwerpen zijn onuitputtelijk!

3. Ga naar een museum waar portretten hangen en ga op zoek naar het portret dat jou het allermeeste inspireert!

Bekijk dat portret nu eens goed, van heel dichtbij. Echt met je neus erboven op (pas wel op dat het alarm niet afgaat omdat je te dichtbij komt – mij al diverse malen overkomen, echt waar!). En kijk eens hoe die schilder bijvoorbeeld de neus heeft geschilderd, of de mond of de ogen. Welke kleuren heeft hij gebruikt? Zit de verf er dik op of dun? Wat heeft hij met de achtergrond gedaan? Hoe is de compositie? En bedenk wat je er zo mooi aan vindt, waarom raakt dat portret je meer dan de andere portretten die er hangen? Analyseer dat. Maak er desnoods een foto van. En ga dan thuis met die informatie aan de slag. Ga een portret schilderen en hang de foto van het portret uit het museum naast je ezel. Laat je erdoor inspireren bij het schilderen van je eigen portret. Doe dingen na, achtergrond, ogen, mond, neus, haren en kijk hoe dat uitpakt.

4. Kijk op internet naar portretten van bekende portretschilders uit het verleden.

Zoek bijvoorbeeld naar portretten van Rembrandt, John Singer Sargent, Ilya Repin, Sierk Schroder, Jan Sluijters. En zoom eens in op bijvoorbeeld de ogen of de mond. Kijk eens goed hoe deze geschilderd zijn, hoe hebben zij dit gedaan? Vergelijk verschillende schilders eens met elkaar en ga op zoek naar de schilder die jou het meeste aanspreekt. En bedenk waarom deze jou het meest aanspreekt. Wat vind je er zo mooi aan? De penseelvoering? De kleuren? De uitstraling? Zoek verder op internet naar portretten die ook die kenmerken hebben die jou zo aanspreken. Kijk naar de verschillende stijlen. Hang foto’s daarvan op in je atelier, werkkamer, zolder of waar je dan ook schildert, zodat je er vaak naar kunt kijken en je erdoor kunt laten inspireren.

5. Bedenk een onderwerp waar je een serie portretten van zou willen schilderen.

Series zijn altijd een enorme uitdaging en inspiratiebron. Je kunt overal series van maken. Zo heb ik eens een serie gemaakt van bekende Limmers, het dorp waar ik woon. “Limmers op het schildersdoek” noemde ik die serie. Met portretten van de plaatselijke bakker, de burgemeester, de schooljuffrouw etc. Maar ik heb ook eens een serie gemaakt van allemaal tieners (“2010-ers”), een serie van allemaal jongeren in de leeftijd tussen 15-19 jaar. Zo ontzettend leuk om te maken! Maar je kunt ook denken aan bijvoorbeeld een serie van muzikanten. Of van kleine kinderen. Of van acteurs of van leden van het koningshuis, of van je eigen kleinkinderen of van…. Vul maar in. Legio mogelijkheden!

Even wat ideeën om aan de slag te gaan en, nog veel belangrijker, om voorlopig aan de slag te blijven! Heel veel schilderplezier gewenst!

Artistiek advies & Intrigerende inspiratie

Artistiek advies

Heel vaak wordt er in eerste instantie niet zo heel veel aandacht gegeven aan de ondergrond van het portret. Eigenlijk vind ik dat best wel gek.

Onlangs heb ik er een hele verdiepingsvideo in de Vervolgmodule Plus aan gewijd: het opzetten van een ondergrond. Ik heb het verschil laten zien tussen het opzetten van je portret op een leeg, wit doek en het opzetten op een doek met een getinte ondergrond, in een middentoon.

Ik liet het laatst nog aan een nieuwe klant zien, die op bezoek. Ze schilderde zelf en tja, dan wordt toch een beetje mijn “docenten-kant” wakker gemaakt. Ook al kwam ze gewoon voor het laten portretteren van haar kleindochter, ik kon het toch niet laten om haar iets te leren.

Dat kwam eigenlijk vooral doordat ze wat werk liet zien dat ze zelf had gemaakt. Heel aardig geschilderde portretten. Ik zag direct wat ik eraan miste en toen ze een portret liet zien waar ze nog mee bezig was, werd mijn vermoeden direct bevestigd. “Ik moet de achtergrond nog doen”, zei ze. Het hele portret stond er eigenlijk al op, alleen de achtergrond was nog maagdelijk wit.

“Maar hoe wil je dat dan nu nog een beetje lekker voor elkaar krijgen?”, was mijn vraag. Ze wilde er “omheen schilderen”, zei ze.

Ik weet dat dat een haast onbegonnen klus is. Zeker als je het een beetje los en lekker wilt houden. Het wordt dan gewoon toch altijd een beetje “uitgeknipt” en “in elkaar gekuntseld”.

Dus ik raadde haar aan om in het vervolg gewoon te beginnen met de ondergrond. In een (lichte) middentoon. Om te beginnen omdat je dan al lekker wat hebt. En ten tweede omdat je dan ook beter kunt beoordelen of je de tonen in je portret goed erop zet. Alles wat lichter is dan die middentoon moet lichter worden en alles wat donkerder is dan die middentoon moet donkerder worden.

Eigenlijk zo simpel als wat.

“Maar hoe maak ik die ondergrond dan? In welke kleur bijvoorbeeld?”. Nou, ook dat is best heel simpel. Laat je gewoon leiden door het portret dat je gaat schilderen. Misschien een kleur die je terug ziet komen in de kleding. Of in een schaduw. Bedenk dan daarbij wel dat een felle kleur heel aanwezig is en naar je toekomt. Ik vind het zelf beter om een wat meer gematigde kleur te gebruiken, bv een grijzig, groenig, blauwig. Oker-achtig kan ook, of violet.

Laat je voor wat betreft de penseelvoering leiden door je onderwerp. Een heel dynamisch persoon zal je wellicht wat meer “schwung” meegeven dan een heel rustig type.

Artistiek advies

Waarschijnlijk heb ik het er al eens eerder over gehad. Het is iets dat aan de ene kant heel simpel is, maar aan de andere kant toch heel vaak heel anders wordt gedaan.

Ik heb het hier over een beperkt kleurenpalet.

Zelf ben ik een groot voorstander van een beperkt kleurenpalet. Als je weet dat je in principe gewoon alle kleuren kunt mengen met rood, geel en blauw, waarom zou je dan al die andere kleuren kopen?

Omdat het ene rood het andere niet is en het ene blauw ook echt anders is dan het andere, mag je van mij wel een beetje smokkelen. Daarom heb ik een koel rood en een warm rood, een koel geel en een warm geel en een ultramarijn en een turquois op mijn palet.

Daarbij, omdat dat voor portretten zulke fijne kleuren zijn, een okergeel en een oxide rood.

Last but not least heb je daar uiteraard ook nog een lekker grote tube wit bij nodig. Behalve bij aquarel, want daar is wit het wit van je papier.

Anders Zorn

Wie met een nog veel meer beperkt kleurenpalet schilderde, was Anders Zorn, een Zweedse portretschilder die leefde van 1860 tot 1920.
Zijn palet is bekend onder de naam “Het Zorn palet” en bestaat slechts uit de volgende kleuren:

Cadmiumrood
Okergeel
Ivoorzwart
Titaanwit.

Zorn was in staat om met dit beperkte kleurenpalet de meest prachtige kleuren te mengen en portretten te schilderen.

Ivoorzwart is blauwachtig zwart. Gemengd met veel wit wordt dit een zacht blauw. Als je dat blauw plaatst naast een oranje kleur (gemengd door rood, oker en wit), wordt de blauwe kleur voor het oog versterkt. Dit verschijnsel noem je het simultaancontrast. Als je dit weer mengt met gele oker, dan krijg je een soort groen.

Misschien is het wel eens een leuke uitdaging voor jou om dit Zorn palet ook eens te proberen? Tenslotte geldt vaak: in de beperking toont zich de meester!

Google hem maar eens om zijn werk te bekijken!

Artistiek advies

Vorig week heb ik, op verzoek van de cursisten van de Plus-module, een Verdiepingsvideo gemaakt over het schilderen van monden.

Vooraf is het goed om even te letten op de juiste uitdrukking van de mond. Een breeduit lachende mond vind ik zelf vaak minder geschikt voor een portret. Als je je voorstelt dat iemand voor je poseert, kun je je voorstellen dat die persoon ook niet de hele tijd met een smile van oor tot oor naar je aan het kijken is. Ook een mond met gespannen samengeknepen lippen vind ik minder mooi voor een portret. Een mooie, ontspannen mond, met eventueel de lippen ietsje van elkaar, vind ik het mooist voor een portret.

Net als bij de rest van je portret, dus bij het gezicht, het haar, neus, ogen , kleding etc. gaat het ook bij het schilderen van een mond om het schilderen van de juiste tonen, vormen en kleuren. Niks meer en niks minder.

Daarnaast vind ik het bij een mond enorm belangrijk om je te realiseren dat een mond eigenlijk altijd beweegt. Het is geen statisch gebeuren. Dat betekent dat er ook beweging in geschilderd moet worden.

Dé manier om dit te doen, is door de contouren, daar waar je ze niet scherp ziet, ook zeker niet scherp te schilderen. Je mag gerust je kwast er af en toe eens doorheen halen!

Als je daarna bij het detailleren tóch vindt dat er iets netter gemaakt moet worden, kun je dat altijd nog doen. Maar ik ga altijd uit van een heel losse, beweeglijke basis.

Let bij het schilderen van tanden op dat je ze niet te wit maakt. Die neiging hebben veel mensen. Vaak liggen ze wat in de schaduw, waardoor ze aardig wat toon kunnen gebruiken.

Schilder tanden ook niet allemaal keurig 1 voor 1. Ook hier geldt weer: ga uit van die losse basis, in de juiste toon en kleur en ga dan heel ietsje detailleren. Hierbij is met name de vorm van de tanden belangrijk. Die is voor veel mensen weer anders. Dus geef hier iets van aan.

En last but not least: ga vooral niet te ver door met detailleren en netjes maken. Houd het los, luchtig en beweeglijk!

Artistiek advies

Vorig week heb ik, op verzoek van de cursisten van de Plus-module, een Verdiepingsvideo gemaakt over het schilderen van handen.

Eigenlijk kun je wel stellen dat handen een portret op zich zijn. Kijk maar eens om je heen naar de verschillende soorten handen. De een heeft heel stoere werkhanden, met stevige “vlezige” vingers. De ander heeft heel zachte, gevoelige handen. Weer een ander knokige handen of rimpelige of slanke of elegante of…. en ga zo maar door.

Ook de manier waarop iemand zijn of haar handen beweegt, of neerlegt of laat hangen kan heel specifiek zijn. Let er maar eens op, zo bijzonder en zo ontzettend leuk om te ontdekken!

Dat betekent natuurlijk ook dat je niet zomaar wat kunt doen, als je besluit om een portret te schilderen waarop ook de handen worden afgebeeld. Je moet die handen dan, net zoals het gezicht, echt bestuderen. Bekijken wat een specifieke houding is voor de te portretteren persoon en goed kijken naar de kenmerken van die handen.

Als je dan gaat schilderen, ga ik, na de eerste schets, altijd uit van vier basistonen. Ik begin altijd met een basistoon en -kleur over de hele handen aan te brengen. Dit doe ik al heel vroeg in het schilderproces, gewoon als ik nog met het gezicht bezig ben. Dan heb je alvast maar wat. Vervolgens kijk ik goed waar de allerdonkerste tonen zitten. Die breng ik dan aan. Daarna volgen de donkere tonen, de allerlichtste tonen en de middentonen.

Zodra de tonen min of meer op de goede plek zitten, werk ik de partijen enigszins in elkaar. Ik doe dit op een luchtige wijze waardoor er wat beweging wordt gesuggereerd.

Vervolgens ga ik verder met detailleren. Ik ga de vormen van de vingers, waar dat nodig is, verbeteren. Ook is dit het moment dat ik de nagels waar nodig iets verder uitwerk.

Tussendoor ga ik nog eens kijken of ik alle tonen er helemaal goed in heb zitten. Daar waar dat nodig is corrigeer ik dat.

Ook de koele en de warme kleuren worden aangebracht. Daar waar ik duidelijk koele kleuren zie, zet ik die erin. Hetzelfde geldt voor de warme kleuren. Soms kunnen stukjes bijna rood-oranje van kleur zijn. Heel mooi in combinatie met bijvoorbeeld koele lila of blauwe of groene kleuren.

Als ik hierna een geheel heb waarbij ik de handen goed heb getypeerd, alle tonen er op de juiste plek inzitten en er gebruik is gemaakt van koele en warme kleuren is het tijd om te stoppen. Ik vind het mooi om handen niet al te erg uit te werken, ze wat luchtig en beweeglijk te houden.

Artistiek advies

Naast allerlei tips op het gebied van het schilderen zelf, kan het ook fijn zijn om wat praktische tips te krijgen over bijvoorbeeld het onderhoud van je materialen. In deze Inspiratiemail ga ik je iets vertellen over het gebruik en onderhoud van een palet, terpentine en penselen.

Als palet gebruik ik sinds enige tijd een glazen plaat. Het grote voordeel hiervan is dat je het heel gemakkelijk schoon kunt maken.
Eigenlijk is het gewoon een plaat van gehard glas met wat afgeronde zijkanten. Die heb ik bij de glashandel op maat laten maken, in dezelfde afmeting als de trolley waarop hij moet komen te liggen. Die trolley (op wieltjes dus) is op zo’n hoogte dat als ik sta te schilderen, ik niet hoef te bukken als ik bij mijn palet wil.

Onder de glazen plaat heb ik een grijs papier gelegd in een middentoon. Dit zorgt ervoor dat ik gemakkelijker de juiste toon kan vinden bij het mengen van mijn verf.

De olieverf knijp ik vervolgens in redelijk grote hoopjes uit op de randen van mijn palet. Ik doe dit altijd in een vaste volgorde. Ik begin met de gelen, dan de roden, dan de oker, dan de oxide rood en bruin, vervolgens de blauwen. Een grote hoop wit komt op een aparte plek op mijn palet.

De vaste volgorde is belangrijk, omdat je dan altijd zonder kijken weet waar je de kleur kunt vinden. Je hoeft nooit te zoeken.

Het midden is het stuk waar ik de kleuren meng.

Als ik klaar ben met schilderen, maak ik het middenstuk van het glazen palet schoon. De hoopjes verf op de randen blijven gewoon liggen. Voor dit schoonmaken gebruik ik een zogenaamde “glasschraper”. Je veegt hiermee moeiteloos de verf van je palet af. Ik veeg dit dan af aan een doek. Daarna nog even met een doek over het midden voor de allerlaatste restjes en je palet is weer klaar voor de volgende schildersessie. Super gemakkelijk!

De terpentine die ik gebruikt heb (ik gebruik altijd geurloze terpentine – van de Action) laat ik staan. Na een paar dagen is de verf in de terpentine naar beneden gezakt. Je kunt dan heel gemakkelijk de schone terpentine die daarboven zit afgieten in een andere pot. Zo begin je weer met lekker schone terpentine. Het zaksel onderuit de oude pot maak ik weer een beetje los met een klein scheutje terpentine en giet ik over in een andere, bewaarpot. Datzelfde proces herhaal ik na elke schilderbeurt. Zodra de bewaarpot vol is, giet ik de schone terpentine van de bovenkant weer af en deze kan ik weer gebruiken. Het zaksel blijft achter. Zodra de pot vol is met zaksel kan hij afgevoerd worden.

De penselen die ik heb gebruikt, spoel ik na het schilderen uit in de terpentine. Even droog maken met een doekje en vervolgens met een beetje Dreft uitspoelen onder de kraan. Daarna zet ik ze met de goede kant naar boven in een augurkenpot te drogen. Op deze manier blijven je penselen prachtig en gaan ze dus heel lang mee.

Bovenstaande werkwijze bevalt mij al jaren bijzonder goed. Geen overbodige verspilling van materiaal en je spullen blijven in goede conditie!

Artistiek advies

Sinds november 2018 is het vervolg op de Basismodule Portretschilderen online: de Vervolgmodule. Er zijn twee varianten: de “gewone” Vervolgmodule en de Vervolgmodule Plus. Het verschil zit ‘m in de bijbehorende besloten Facebookgroep. In de Facebookgroep Plus wordt namelijk als extraatje elke twee weken een extra Verdiepingsvideo geplaatst, met aansluitend een live Facebook Vragenuurtje. Het eerste halfuur van het Vragenuurtje kunnen vragen gesteld worden over de Verdiepingsvideo. Het tweede halfuur kunnen vragen gesteld worden over elk onderwerp dat je maar wilt.

Het onderwerp van de Verdiepingsvideo komt van de cursisten zelf. Ze kunnen onderwerpen aandragen waar ze zelf tegenaan lopen en waar ze meer uitleg over willen. Superwaardevol natuurlijk, want echt “op maat”.

Er zijn inmiddels een aantal Verdiepingsvideo’s en live Vragenuurtjes geweest. Ontzettend leuk.

Een van de onderwerpen die aan bod kwamen , is het schilderen van ogen. Op de een of andere manier is dit vaak toch nog lastig voor mensen. Soms is een portret echt heel goed geschilderd, maar kunnen de ogen een enorme dissonant zijn. Men heeft heel snel de neiging om de ogen veel te groot te maken, de vorm van de iris niet correct te schilderen, de ogen helemaal donker en strak te omranden en de wimpers er heel onnatuurlijk in te schilderen. Ook de vorm van de ogen (en wenkbrauwen, want die horen er ook bij) wijkt vaak enorm af van de ware vormen.

In de Verdiepingsvideo liet ik precies zien, aan de hand van een schilderdemonstratie, hoe je het schilderen van een oog aan kunt pakken.

Een heel handige manier om te controleren of het allemaal goed gaat, is door goed te kijken naar de juiste vorm van de lijnen. Daarmee bedoel ik: zijn het “holle” of “bolle” of “rechte” lijnen. Als je goed kijkt naar de vorm van een oog, dan kun je zien dat de vormen uit deze drie vormen bestaan. Op het ene stukje kan een lijn hol zijn, een stukje verder weer bol, etc. Of recht natuurlijk. Daarbij kun je kijken hoe recht of schuin de lijn loopt.

Verder is het belangrijk om te kijken waar het hoogste of laagste punt van de diverse vormen zit. Iets dat heel vaak verkeerd gaat. En dan onderling afmeten hoe dit ten opzichte van elkaar ligt. Dus bv: wat is het hoogste punt van de wenkbrauw? Van de bovenkant van het oog? Van de iris? Op welke hoogte ten opzichte van de rest zit de binnenooghoek en de buitenooghoek. Ontzettend handig om dit goed in de gaten te houden.

Ook kun je de zogenaamde “negatieve” vormen in de gaten houden. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het “wit” van het oog. Wat voor vorm heeft dit? Controleer of die vorm overeenkomt met je voorbeeld. Dus: net zo breed, net zo hoog, zelfde vorm (holle en/of bolle vormen).
Maar ook bijvoorbeeld de vorm die ontstaat tussen de bovenkant van het oog en de wenkbrauw. Hoe breed is die? Hoe hoog? Wat is precies de vorm?

Als je bovenstaande punten consequent in de gaten houdt en telkens tijdens het schilderen controleert, kan het eigenlijk bijna niet mis gaan met de juiste vorm van oog en wenkbrauw. Zeker niet als je steeds de positie van de diverse lijnen en vormen tegen elkaar afmeet.

Bekijk op bovenstaande manier maar eens door jou geschilderde ogen. Ik ben benieuwd of je daar nu anders naar kijkt dan hiervoor!